Basisdoelen

Voor de pedagogische onderbouwing van de Wet kinderopvang en de bijbehorende toelichting, is gekozen voor de vier opvoedingsdoelen van professor J.M.A. Riksen-Walraven. De opvoedingstheorie van Riksen-Walraven ligt ten grondslag aan de Wet kinderopvang en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.


1. Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid:

Riksen-Walraven stelt dat het opvoedingsdoel "ervaren van emotionele veiligheid" basaal is. Een kind dat zich niet veilig voelt in een omgeving, is niet in staat om indrukken, ervaringen op te nemen en staat minder open voor speelgoed of leren van nieuwe vaardigheden. Alle energie gaat zitten in het op je hoede zijn. Voor met name jonge kinderen is het zich veilig en beschermd voelen een basisbehoefte.

Het gevoel van veiligheid in de kinderopvang wordt mede bepaald door de pedagogische medewerkers, de ruimte/omgeving en het contact met andere kinderen.


2. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties:

Met het begrip persoonlijke competentie wordt een breed scala van persoonskenmerken zoals veerkracht, zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit geclusterd. Dit stelt uw kind in staat om allerlei typen problemen adequaat aan te pakken en zich goed aan te passen aan veranderende omstandigheden.

Van belang is om kinderen de mogelijkheid te bieden om vaardigheden onder de knie te krijgen en zelfvertrouwen op te bouwen.


3. Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van de sociale competenties:

Het begrip sociale competentie omvat een scala aan sociale kennis en vaardigheden,

bijvoorbeeld het zich in een ander kunnen verplaatsen, kunnen communiceren, samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen en het ontwikkelen van sociale verantwoordelijkheid. De interactie met leeftijdsgenoten, het deel zijn van een groep en het deelnemen aan groepsgebeurtenissen biedt kinderen een leeromgeving voor het opdoen van sociale competenties.


4. Kinderen gelegenheid bieden om zich normen en waarden, de cultuur van een samenleving eigen te maken:

Het leren wat wel en niet mag en hoe je sociaal acceptabel te gedragen. Er zijn veel ongeschreven gedragsregels in de kinderopvang. Spelenderwijs wordt er in de dagelijkse omgang geprobeerd de kinderen bij te brengen hoe zij in een groepsverband kunnen functioneren. De pedagogische medewerkers laten de kinderen kennismaken met grenzen, normen en waarden maar ook met de gebruiken en omgangsvormen in onze samenleving.