Protocol ziektes

Een kind dat ziek is hoort thuis te blijven, dit voor de veiligheid van het kind en van de anderen. Een ziek kind heeft behoefte aan rust en zal bij de opvang niet voldoende de aandacht kunnen krijgen die het op dat moment nodig heeft. Onder ziek verstaan we het volgende: koorts, temperatuur van 38 graden of hoger. Besmettelijke kinderziektes zoals mazelen, waterpokken, krentenbaard, bof, rodehond, ernstige diarree.

Mocht het kind tijdens de opvang ziek worden, dan zullen de ouders hiervan direct op de hoogte worden gesteld. Het kind dient dan opgehaald te worden.

Het is belangrijk dat wanneer een kind in het weekend ziek is geweest dat het zo spoedig mogelijk wordt gemeld. Zo kan hier rekening mee gehouden worden.

Wanneer in het gezin een besmettelijke ziekte heerst, dan willen we dat zo snel mogelijk weten. In overleg kan het kind de opvang wel of niet bezoeken. Dit hangt af van het besmettingsgevaar en de protocollen die daarvoor geleden. (Wij hanteren hierbij de GGD gezondheidswijzer.)

Indien nodig zullen andere ouders ingelicht worden zodat ook zij alert kunnen zijn bij hun eigen kind en bij hun persoonlijke situatie (bijvoorbeeld zwangerschap).

Alleen door een arts voorgeschreven medicijnen worden toegediend. Hier dient vooraf een formulier voor getekend te worden. Zetpillen worden niet gegeven bij de opvang, mits er andere afspraken over zijn gemaakt. Zetpillen dienen van thuis uit mee gegeven te worden.

Bij de opvang wordt gekozen om de kinderen te temperaturen via het oor. Is het kind 24 uur koortsvrij (zonder zetpillen!) dan mag het kind weer komen spelen bij de opvang.

Meest voorkomende kinderziektes:

  • Waterpokken (virus)
    Leeftijd ongeveer tussen twee en acht jaar. Waterpokken kunnen terugkomen op latere leeftijd in de vorm van gordelroos. Bij zwangere vrouwen kan de ziekte gevaar opleveren voor het kind in de buik. Waterpokken kan gevaarlijk zijn voor kinderen met een verzwakt afweersysteem.Fase 1: het kind is hangerig, verkouden en heeft lichte koorts. Binnen twee dagen verschijnen er rode vlekjes op de huid. Vaak als eerste op de buik. De vlekjes worden al snel bultjes. Fase 2: De bultjes worden blaasjes waarin vocht zit. Dit begint te jeuken. Fase 3: De blaasjes drogen in en worden korstjes. De korstjes vallen er binnen anderhalve week a twee weken vanzelf af.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is en de vochtblaasjes zijn ingedroogd.

  • Krentenbaard (virus)
    Is een besmettelijke ontsteking van de huid. De ontsteking zit meestal rond de neus of mond, maar kan op het hele lichaam voorkomen. Krentenbaard komt het meest voor bij kinderen onder de 12 jaar. Er ontstaan enkele wondjes, rode plekjes en soms blaasjes met gele pus. Een opengebarsten blaasje droogt in. Daardoor ontstaat een honinggele of geelbruine korst. Het kan jeuken. Soms zijn er bij krentenbaard in het gezicht zwellingen in de hals te voelen. Dit zijn klieren die opzwellen als reactie op de infectie.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is, de vochtblaasjes zijn ingedroogd of er 48 uur met Fusidinezuurcreme is gesmeerd.

  • Bof (virus)
    Wordt overgedragen door besmette druppeltjes vocht die bof patiƫnten uitademen, niezen of hoesten. Verschijnsel van de bof is de ontsteking van de wangspeekselklier. De bof kan ook ernstig verlopen bijvoorbeeld hersenvliesontsteking. Blijvende doofheid is een andere complicatie van de bof.

Het kind mag gedurende vijf dagen niet naar de opvang toe komen.

  • Rodehond (virus)
    De symptomen van rodehond zie je pas twee a drie weken na de besmetting. Lichte koorts, hoofdpijn, huiduitslag die start in het gezicht en achter de oren van het kind en zich daarna verspreidt over de rest van het lichaam.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is.

  • Mazelen (virus)
    Het begint met lichte verkoudheid en rode, waterige ogen. De overige symptomen zijn: koorts, hoesten, loopneus en oogontsteking. Het kan ook een middenoorontsteking en diarree veroorzaken. In ernstige gevallen longontsteking, stuipen of hersenontsteking.

De GGD besluit wanneer het kind weer mag komen spelen bij de opvang.

  • Vijfde ziekte (virus)
    Is een milde ziekte die meestal vanzelf weer overgaat. Het komt het meest voor bij kinderen tussen de vier en tien jaar en ontstaan meestal in het voorjaar of vroeg in de zomer. De ziekte is te herkennen aan: grote en kleine roze - rode vlekjes die eerst in het gezicht van het kind te zien zijn en zich daarna verspreiden richting billen, armen en benen. Jeuk en koorts.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is.

  • Zesde ziekte (virus)
    Is de mees voorkomende vlekjesziekte bij kinderen onder de twee jaar. De symptomen zijn: plotselinge hoge koorts, die drie tot vijf dagen aanhoudt. Vlekjes op het gezicht en de hals, die zich later uitbreiden richting de buik en de borst. Gezwollen klieren in de hals en achter de oren.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is.

  • Roodvonk (bacterie)
    Roodvonk komt vooral voor bij kinderen tussen drie - acht jaar. Eerste 24 uur: het kind heeft hoge koorts, moet overgeven en heeft minder eetlust. Buikpijn en keelpijn. De tong wordt wit en na drie dagen rood en bobbelig. Na dag een: kind krijgt rode vlekjes die ruw aanvoelen, maar niet jeuken. De vlekjes zitten in de nek en op de borst maar ook onder de oksels van het kind. De overige dagen: de koorts daalt binnen drie - vijf dagen. De huid van het kind begint te vervellen en er komt een rood, rauw oppervlak tevoorschijn. Het vervellen kan soms twee weken duren.

Het kind mag naar de opvang komen als de koorts 24 uur weg is.

  • Kinkhoest (bacterie)
    Kinkhoest kan maanden duren. De eerste symptomen zijn verkoudheid, niezen, lichte koorts en een prikkelhoest. Hierna kan het nog een - drie weken duren voordat de volgende symptomen te zien zijn: hevige, vermoeiende hoestbuien. Helder, taai slijm op hoesten. Overgeven en geen adem krijgen. Soms blauw aanlopen.

Het kind mag naar de opvang komen als het 24 uur koortsvrij is.

  • Hersenvliesontsteking (virus/bacterie)
    Er zijn twee soorten hersenvliesontsteking. De meest voorkomende virus, is goedaardig en gaat tussen vier - tien dagen vanzelf over. De bacteriƫle vorm van hersenvliesontsteking is veel ernstiger en kan zelfs dodelijk zijn. Het is moeilijk om het verschil te zien, schakel daarom altijd een arts in bij de volgende symptomen: hoofdpijn, stijve nek, koorts of koude rillingen, stuiptrekkingen, overgeven en sufheid. Bij kinderen onder de twee jaar vooral op letten bij: hoge koorts of lage temperaturen, geen eetlust, veel slapen, prikkelbaar, overgeven, grauw zien of vlekkerige huid, pijn hebben huilen als de beetjes worden opgetild bij het verschonen van de luier. Het kind wordt per uur zieker.

Het kind zal te ziek zijn om naar de opvang toe te kunnen komen.

Treft bovenstaande ziektes de pedagogisch medewerkster van de opvang? In samenwerking met de GGD wordt gekeken of de opvang open of dicht zal moeten gaan.